Extra belonen van toezichthouders?

Zij zouden het stukken beter doen
Zij zouden het stukken beter doen
Zij zouden het stukken beter doen

Er is veel mis gegaan bij toezichthouders. Dat is geen nieuws. Bij de banken, bij woningbouwcorporaties, bij scholen, ach, eigenlijk overal waar toezicht wordt gehouden falen toezichthouders.

Waar is al dat toezicht eigenlijk voor nodig?

Het aantal toezichthouders is enorm gegroeid. Vroeger was er veel minder toezicht nodig, kennelijk. Hoe kan dat?

Woningbouwcorporaties waren woningbouwverenigingen, met een vastomlijnde taak, en ze kregen geld van de overheid om die taak uit te voeren. Toezicht was nauwelijks nodig, of althans, niet in de mate van nu. Toezicht zat als het ware ingebakken in de publieke moraal: er was geen winstoogmerk. Bovendien stond de semipublieke sector onder toezicht van de overheid: de Tweede Kamer kon haar werk doen. Nu is de semipublieke sector op afstand geplaatst, en heeft de Tweede Kamer er niets meer over te zeggen, en kan zelfs niet ingrijpen wanneer het helemaal mis loopt.

Omdat ‘de markt’ volgens de doctrine van destijds de oplossing voor alles was, werden de verenigingen omgevormd tot corporaties, kregen ze het huizenbestand in handen, en moesten ‘de eigen broek ophouden’. Bestuurders konden zelf bepalen wat ze verdienden en wat ze met het beschikbare geld zouden doen, en dus was er toezicht nodig.

Wie profiteerden daarvan? In de eerste plaats natuurlijk de bestuurders zelf, die zich opeens konden gaan gedragen als CEO van een multinational, met bijbehorende beloning. Maar wie vooral ook profiteerden waren banken, want de woningvoorraad bood de mogelijkheid om allerlei ‘financiële producten’ met die woningvoorraad als onderpand te slijten aan de woningbouwcorporaties. Het kabinet werkte daar actief aan mee, door te adviseren vooral rentederivaten te kopen. Het resultaat is bekend.

Precies eenzelfde mechanisme is er geweest bij bijvoorbeeld middelbare scholen en hogescholen, die hun panden hebben verhypotheciseerd om er derivaten van te kopen en nieuwe panden te bouwen.

Toen duidelijk werd dat ‘de markt’ toch niet echt zo geweldig werkte was het antwoord: toezichthouders. Vandaar de enorme hoeveelheid toezichthouders.

Hoe komt het dat die toezichthouders falen?

Dezelfde martkdoctrine van de overheid stelt dat toezichthouden niet gedaan mag worden door ambtenaren, voor een bescheiden ambtenarensalaris.

Toezichthouden moet gebeuren door mensen die ‘onafhankelijk’ zijn, dat wil zeggen (in de ogen van mensen voor wie de markt heilig is), die van hun pensioen genieten of een full-time baan hebben. De marktdoctrine stelt dat zoiets natuurlijk niet op vrijwillige basis mag gebeuren: er moeten marktconforme bedragen voor worden neergeteld.

Toezichthouden betekent in de praktijk dus dat mensen naast hun pensioen of baan verbonden zijn aan een paar toezichthouderijen, en daar een bijzonder aardige bijverdienste aan hebben. Zo’n bijverdienste vind je niet via een advertentie in de krant of op een vacaturesite; het is simpelweg een kwestie van de juiste mensen kennen, en natuurlijk van zelf al voldoende rijk te zijn, want anders ben je niet onafhankelijk.

Het werk bestaat uit een etentje, een paar maal per jaar. In een uitstekend restaurant, op kosten van de belastingbetaler.

Alles bij elkaar creëert dat bepaald niet een setting waarin gestimuleerd wordt dat de toezichthouder kritisch kijkt naar waar hij of zij toezicht op houdt.

Wat doet de overheid om dit te verbeteren?

De overheid heeft een aantal maatregelen aangekondigd om het toezichthouden te verbeteren. Toezichthouders krijgen bijvoorbeeld meer bevoegdheid.

De belangrijkste maatregel is dat het salaris van toezichthouders wordt verdubbeld. Dat wordt gedaan als onderdeel van de Wet Normering Topinkomens (de WNT). In 2014 mocht een toezichthouder voor zijn of haar erebaantje 5% opstrijken van het voor die sector geldende maximum aan beloningen. In 2015 wordt dat (in het kader van een wet om topinkomens aan banden te leggen, althans, zo wordt dat gesteld) 10%. Voorzitters krijgen 15% van het maximum (dat was in 2014 7.5%).

Dat is te lezen op https://www.topinkomens.nl/wnt-instellingen/ Daar staat:

Het bezoldigingsmaximum voor leden en voorzitters van interne toezichthoudende organen bedraagt in 2015 10% respectievelijk 15% van het voor de betreffende rechtspersoon of instelling geldende bezoldigingsmaximum. In 2014 was de norm 5% respectievelijk 7,5%

De belangrijkste maatregel van de overheid is dus om de toezichthouders nog rianter te belonen.

Dat gebeurt op kosten van de belastingbetaler: het gaat hier om interne toezichthouders van semipublieke instellingen, die worden betaald met publiek geld.

Waarom zijn hogere beloningen een slecht idee?

“Ja maar”, kun je hier tegenin brengen, “een hogere beloning betekent toch dat ze er meer tijd aan kunnen besteden?

Dat klopt niet vanwege twee redenen: mensen die al een full-time baan hebben, hebben meer tijd nodig, en niet meer geld, om meer tijd te hebben voor toezichthouden. En voor mensen die al een (over het algemeen bijzonder riant) pensioen hebben, is er geen relatie tussen de hoeveelheid geld die ze ergens voor krijgen en de tijd die ze er aan besteden. Er is alleen een relatie tussen hoe leuk het werk is en de hoeveelheid tijd die ze er aan besteden. Dat zie je aan de enorme hoeveelheid vrijwilligerswerk die wordt uitgevoerd door mensen die zijn gepensioneerd.

Het heeft dus geen gunstig effect, een hogere beloning. Maar heeft het misschien wel een negatief effect?

Beloning zit intrinsieke motivatie in de weg. Intrinsieke motivatie heb je nodig voor taken die creativiteit, inventiviteit vereisen. Toezichthouden is zo’n taak. Je krijgt dus betere toezichthouders wanneer ze niet financieel gemotiveerd zijn.

Maar het allerbeste zou natuurlijk zijn wanneer de overheid zou erkennen dat als ze dan perse alles marktconform willen organiseren, zij zelf de marktmeester hoort te zijn. Toezichthouden hoort te gebeuren door ambtenaars, voor gewone ambtenarensalarissen: ambtenaren die gemotiveerd zijn om op te letten wat er met publiek geld gebeurt. Mensen die zelf exorbitante beloningen krijgen uit de publieke middelen zijn niet echt gemotiveerd om daar goed op te letten…

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *